17 juli 2026

Na twee lezingen en een plenaire zitting in de Kamer is het wetsontwerp dat de rol van het IMA in de controle op zorgverleners uitbreidt op 16 juli goedgekeurd. VVT blijft bezorgd over de nog steeds ontbrekende garanties voor juridische zekerheid.

Na twee besprekingen in de Kamercommissie Gezondheid, op 30 juni en 14 juli, werd het wetsontwerp dat het Intermutualistisch Agentschap (IMA) uitgebreide bevoegdheden geeft op 16 juli goedgekeurd in de plenaire vergadering, ondanks de bezorgdheden van VVT die aan de parlementsleden werden meegedeeld.

Een ziekenfonds kan straks aan het IMA, een soort data-draaischijf van alle ziekenfondsen samen, vragen om bij een statistische afwijking in het facturatiegedrag een volledig profiel van één bepaalde tandarts op te stellen, over de grenzen van de verschillende ziekenfondsen heen. Dat profiel, met naam en toenaam, gaat vervolgens naar alle verzekeringsinstellingen én naar de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC), die op basis daarvan een onderzoek kan opstarten.

VVT is en blijft voorstander van een efficiënte aanpak van fraude en zal maatregelen om misbruik uit het systeem te halen steeds steunen. We kunnen echter niet aanvaarden dat integere tandartsen geviseerd worden zonder mogelijkheid tot verdediging.

Lees hier onze brief aan de parlementsleden.

De meerderheid twijfelt met ons mee

Opvallend in de plenaire bespreking: Kathleen Depoorter (N-VA), lid van de meerderheid, sprak van een wankelend vertrouwen door artikel 67 (over de rol van het IMA). Ze waarschuwde dat ziekenfondsen nooit rechter en partij tegelijk mogen worden, en wees erop dat het intrekken van terugbetalingen op basis van IMA-gegevens als een sanctie kan worden aanzien, ook al is het volgens de minister enkel de DGEC die officieel sancties kan opleggen.

Uiteindelijk stemde N-VA toch voor, op basis van de bevestiging van de minister dat er geen bevoegdheidsuitbreiding is. Depoorter kondigde wel aan de toepassing nauwgezet te zullen opvolgen.

Mooie woorden, geen harde garanties

In de plenaire zitting verwees de minister uitdrukkelijk naar onze VVT-brief van 13 juli. De mondelinge geruststelling van de minister is echter geen garantie.

  • De minister herhaalde dat het IMA geen nieuwe opdracht krijgt, maar dat het louter gaat om een ‘precisering’ van zijn huidige bevoegdheden. VVT is het daar niet mee eens: tot nu functioneerde het IMA als data- en analyseplatform van de verzekeringsinstellingen; dat het nu voor het eerst toegelaten is om op hun verzoek gegevens samen te leggen voor profilering is volgens VVT een impactvolle uitbreiding, geen loutere precisering.
  • De minister omschrijft de rol van de verzekeringsinstellingen als een ‘signaalfunctie’ en herhaalde meermaals dat bonafide tandartsen zich geen zorgen hoeven te maken. VVT vindt die geruststelling voorbarig: de gevolgen van zo’n signaal, zoals jarenlange opname in bestanden of zelfs de stopzetting van een terugbetaling, zijn ingrijpend, en worden onvoldoende in de wet zelf vastgelegd.
  • De minister meldde dat er geen omkering van de bewijslast plaatsvindt, dat een tandarts steeds de kans zou krijgen zich te verantwoorden. VVT wijst erop dat de wet ervoor zorgt dat in de praktijk alle informatie eerst naar de verzekeringsinstellingen en de DGEC gaat, en dat een tandarts zijn eigen dossier pas krijgt als hij het zélf opvraagt. Het recht van verweer start dus pas nadat het hele proces al in gang is gezet. Dat betekent de facto een omkering van de bewijslast.
  • De Controledienst voor de Ziekenfondsen en de Dienst voor Administratieve Controle houden toezicht op de ziekenfondsen, maar niet op het IMA. VVT vroeg daarom een onafhankelijke, externe controle-instantie voor het IMA zelf. Volgens de minister werkt het IMA reeds in opdracht van de verzekeringsinstellingen en staat het onder hun toezicht, waardoor er geen behoefte is aan dergelijke instantie. Irina De Knop (Anders) diende daarover een amendement in voor een tweejaarlijkse, onafhankelijke evaluatie door het Rekenhof van hoe de betrokken artikelen worden toegepast. VVT steunt uiteraard die vraag, maar helaas werd dit amendement verworpen.

Twijfels over IMA-governance en kwaliteit van dataverzameling

VVT uitte in haar brief aan de parlementsleden ook bezorgdheid over het bestuur van het IMA zelf. De Algemene Vergadering bestaat uitsluitend uit vertegenwoordigers van de ziekenfondsen, en in de Raad van Bestuur zetelen enkel het RIZIV, de FOD Volksgezondheid, de FOD Sociale Zekerheid en het KCE. De zorgverleners hebben in die structuur geen stem, niet bij de opmaak van de gegevensverzameling, niet bij de uitvoering ervan. VVT vroeg dat vertegenwoordigers van de beroepsgroepen daar structureel bij betrokken worden. Dit punt kwam in geen van de besprekingen aan bod, wat VVT betreurt.

Ook over een andere bezorgdheid van VVT werd tijdens de twee lezingen en de plenaire zitting gezwegen: het IMA erkent in een eigen rapport dat een deel van de gerapporteerde gegevens registratiefouten bevat, zonder dat die met zekerheid te identificeren zijn. Dat roept grote twijfels op over het vermogen van het IMA om de profileringsrol die dit wetsontwerp beoogt, betrouwbaar op te nemen.

Geen automatische stopzetting van terugbetalingen

Los van dit wetsontwerp, maar wel binnen hetzelfde handhavingsbeleid, kan VVT niet akkoord gaan met een voorstel van de verzekeringsinstellingen in het kader van het VARAK-controleproject (zie: actieplan handhaving). Specifiek gaat het om de bevoegdheid om de terugbetaling aan een tandarts automatisch stop te zetten zodra een P-waarde wordt overschreden, zonder dat er een fout werd vastgesteld. VVT wacht nog steeds op het gevraagde juridisch advies van het RIZIV. Van zodra hier meer informatie over is, brengen wij je op de hoogte.

“Fraude bestrijden is nodig, en daar staan we ook achter. Maar een systeem dat tandartsen viseert zonder bewezen fout, zonder onafhankelijk toezicht op wie die gegevens beheert en zonder duidelijkheid over het recht van verweer, kunnen we niet aanvaarden. Wij blijven constructief aandringen op garanties van onze rechten en volgen de verdere uitrol van de wetswijzigingen nauwlettend op.”

Vincent Koningsveld, voorzitter van VVT

Wat nu?

Het wetsontwerp is nu definitief goedgekeurd en wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. VVT blijft de uitvoering op de voet volgen, onder meer via de opvolging van het Actieplan Handhaving, en herhaalt haar oproep: een effectief recht van verweer, structurele inspraak voor beroepsgroepen, extern toezicht op het IMA, aantoonbare datakwaliteit, en volledige motivering bij elk profiel.