14 oktober 2026

PERSBERICHT
Bijna helft nieuwe tandartsen buitenlands opgeleid: VVT vraagt heldere instapregels
Van de nieuwe tandartsen die de voorbije vijf jaar in België een erkenning kregen, haalde bijna de helft (44,8%) zijn diploma in het buitenland. Dat bleek uit cijfers die Kamerlid Frieda Gijbels opvroeg. Het Verbond van Vlaamse Tandartsen (VVT) vraagt de overheid om die instroom ook echt te toetsen op veiligheid, kwaliteit en kennis van ons zorgsysteem.

“Een diploma zegt niet alles. Wie hier tandarts wordt, moet veilig en bekwaam werken, ons zorgsysteem kennen en de patiënt verstaan.”
Vincent Koningsveld, voorzitter VVT
Erkend op papier, niet in de praktijk
Europese tandartsdiploma’s worden in België automatisch erkend. Dat gebeurt op basis van gemeenschappelijke Europese minimumeisen, die vooral de duur van de opleiding en de vakken vastleggen. Hoeveel praktijkervaring met patiënten een student opdoet, verschilt sterk van opleiding tot opleiding. De Europese normen daarvoor dateren bovendien nog van 1978.
Bij de visumaanvraag worden het diploma en de taalkennis wel gecontroleerd. Vorig jaar kregen 45 tandartsen zo geen visum, omdat ze niet aan de voorwaarden voldeden. Hun klinische vaardigheden en hun kennis van ons zorgsysteem worden niet getoetst. Wie in België afstudeert, doorloopt een verplicht stagejaar om de praktijk en ons zorgsysteem te leren kennen. Het Europese recht laat ons land echter niet toe om dat stagejaar op te leggen aan tandartsen met een Europees diploma.

“Tandartsen met een buitenlands diploma zijn niet meer weg te denken uit België, en velen zijn goed opgeleid. Maar ons complexe zorgsysteem maakt geen deel uit van hun opleiding. Zeker collega’s die hier meteen zelfstandig starten, mogen we niet aan hun lot overlaten. Een verplicht stagejaar zou hen vertrouwd maken met ons zorgsysteem en in de praktijk toetsen of hun zorg aan onze kwaliteitsnormen voldoet.”
Vincent Koningsveld
Europese waarschuwingen blijven onderbenut
België ontvangt jaarlijks 4.000 à 5.000 IMI-waarschuwingen. Via dat Europese systeem melden lidstaten elkaar wanneer een zorgverlener geschorst, geschrapt of veroordeeld werd. Eind 2025 bevestigde de FOD Volksgezondheid dat die waarschuwingen niet proactief geopend werden, terwijl landen als Zweden, Spanje, Nederland, Ierland en Italië die van 2024 (bijna) allemaal openden. Met het hoge aandeel nieuwe tandartsen met een buitenlands diploma is een goede opvolging voor onze sector extra belangrijk, voor de patiënt en voor het vertrouwen in het beroep.
Minister Vandenbroucke erkende het probleem. In juni kondigde hij aan dat zijn administratie zou onderzoeken hoe IMI systematischer kan worden ingebouwd bij de toekenning van een visum. Hij kondigde ook een proactieve methode aan op basis van risicoanalyse, en een instrument om waarschuwingen sneller te koppelen aan actieve zorgverleners in België. VVT steunt die aanpak en vraagt om snel resultaten vrij te geven: hoeveel waarschuwingen werden intussen geopend, hoeveel leidden tot een maatregel, en wat zijn de cijfers voor tandartsen? VVT vraagt ook dat tandartsen als prioritaire beroepsgroep in de risicoanalyse worden opgenomen.
Taal als fundament van zorg
Sinds 2024 moeten tandartsen volgens de Kwaliteitswet een landstaal beheersen op C1-niveau, een verbetering waarvoor VVT zich sterk inzette. Welke landstaal dat is, maakt niet uit, ook niet voor de regio waar de tandarts gaat werken. Wie enkel Frans spreekt, mag dus ook in Vlaanderen aan de slag. VVT steunt daarom het recente wetsvoorstel van Frieda Gijbels: een zorgverlener moet de taal kennen van de regio waar hij werkt.

“Veilige en kwaliteitsvolle zorg begint bij taal. Een goede diagnose, geïnformeerde toestemming en correcte nazorg vragen een vlotte communicatie met de patiënt.”
Vincent Koningsveld
Een eerlijke planning
VVT wijst ook op een onevenwicht in de planning van het aanbod. Vlaamse studenten moeten slagen voor een toelatingsexamen, en het aantal RIZIV-nummers voor wie hier afstudeert, wordt beperkt door een federaal quotum. Dat moet de kwaliteit van de opleiding bewaken en het aanbod afstemmen op de noden. Tandartsen met een buitenlands diploma vallen buiten dat quotum, maar werken wel mee in hetzelfde zorgsysteem. Een goede planning houdt met beide groepen rekening.
Wat VVT vraagt
- een effectieve en strengere opvolging van Europese waarschuwingen;
- een verplicht stagejaar voor elke startende tandarts (mits aanpassing van de Europese regels);
- de taal van de regio als voorwaarde voor het visum;
- een planning die het volledige aanbod meetelt;
- voor tandartsen van buiten de EU: een praktijktoets naar Nederlands model, met klinische vaardigheden, infectiepreventie en communicatie.
VVT staat daarin niet alleen. Ook de Europese tandartsenkoepel CED, waarvan VVT lid is, vraagt in de Copenhagen Declaration (april 2026) strengere eisen voor de praktijkopleiding en een aanpassing van de Europese regels, zodat een stage kan gelden voor elke tandarts, ongeacht waar die afstudeerde. De Europese koepels van de tandheelkundige opleidingen, studenten en toezichthouders sluiten zich daarbij aan.

““Patiënten mogen vertrouwen hebben in hun tandarts, waar die ook studeerde. Het is aan de overheid om dat vertrouwen te onderbouwen, met een toets die voor iedereen geldt.”